Binnen het Nationaal Programma RES voerde ECHT samen met regionale partners meerdere datasprints uit, waarmee inzicht werd verkregen in de mogelijkheden voor woningbouw en bedrijvigheid binnen de grenzen van het elektriciteitsnet.
Binnen het Nationaal Programma RES voerde ECHT samen met regionale partners meerdere datasprints uit, waarmee inzicht werd verkregen in de...
Binnen het Nationaal Programma RES voerde ECHT samen met regionale partners meerdere datasprints uit, waarmee inzicht werd verkregen in de mogelijkheden voor woningbouw en bedrijvigheid binnen de grenzen van het elektriciteitsnet.
Structuur in complexe materie. NP RES ondersteunt energieregio’s en gemeenten met datasprints. De data, kennis en de manier van werken, helpen relevante energievraagstukken in de leefomgeving vooruit.
De energietransitie zorgt voor nieuwe kansen, maar ook voor nieuwe uitdagingen. In Noordoost-Brabant liep de regio steeds vaker tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aan. Gemeenten wilden woningen bouwen, bedrijven uitbreiden en verduurzamen, maar wisten onvoldoende waar nog ruimte beschikbaar was binnen het energiesysteem.
De centrale vraag was daarom eenvoudig én ingewikkeld tegelijk: waar kunnen woningen en bedrijven nog worden toegevoegd en op welke termijn, wanneer we niet kijken vanuit ruimtelijke ordening maar vanuit de beschikbaarheid van elektriciteit? Om die vraag te beantwoorden bleek al snel dat veel noodzakelijke informatie niet of slechts gedeeltelijk beschikbaar was. Vooral inzicht in netcapaciteit, netstructuren en toekomstige belasting van het net ontbrak.
Data en visualisatie met schetsen en kaarten, maken inzichtelijk welke (f)actoren een rol spelen en hoe ze op elkaar inwerken.
Binnen de datasprint werd gedurende ongeveer tien weken gewerkt aan een prototype dat inzicht geeft in de relatie tussen energievraag, energieopwek en netcapaciteit. Vanuit het Nationaal Programma RES werd een ontwerpend onderzoek opgezet waarin de regio zelf de onderzoeksvraag formuleerde en een multidisciplinair bouwteam werkte aan een passend dataproduct.
Verschillende geografische datasets werden gecombineerd in een GIS-omgeving. Daarbij werd gekeken naar woningbouw, bedrijventerreinen, toekomstige energievraag, energieopwek en de beschikbare infrastructuur van het elektriciteitsnet. Voor de analyse werden twee representatieve onderstations geselecteerd: Haps en ’s-Hertogenbosch Noord.
Naast de technische analyse werd ook gewerkt aan een aanpak voor samenwerking, dataverzameling en kennisdeling. De sprint leverde daardoor niet alleen een prototype op, maar ook inzicht in welke data beschikbaar is, welke informatie ontbreekt en welke samenwerkingen nodig zijn om energieplanologie verder te brengen
ECHT begeleidde het proces voor meerdere regio’s van vraag naar inzicht. Daarbij lag de nadruk niet alleen op data, maar vooral op het scherp krijgen van de vraag achter de vraag. Samen met regionale partners werd gewerkt aan een aanpak waarbij de behoefte van de regio centraal stond.
ECHT verbond inhoudelijke kennis over het energiesysteem met expertise op het gebied van onderzoek, data-analyse en procesbegeleiding. Door verschillende perspectieven samen te brengen en aannames zichtbaar te maken ontstond een realistisch beeld van wat wel en niet mogelijk is.
De meerwaarde zat daarbij niet alleen in het ontwikkelen van het prototype, maar vooral in het creëren van een gedeeld begrip tussen gemeenten, regio, NP RES en betrokken experts. Zo werd data vertaald naar een hulpmiddel voor besluitvorming.
De datasprint werkte volgens een eenvoudige maar effectieve aanpak: eerst de vraag begrijpen, daarna bouwen en vervolgens samen beoordelen wat het betekent. De regionale vraag vormde steeds het vertrekpunt. Data was geen doel op zich, maar een hulpmiddel om betere keuzes mogelijk te maken.
Tijdens de eerste sprint werd de onderzoeksvraag geformuleerd en aangescherpt. Vervolgens verzamelde het bouwteam beschikbare datasets en ontwikkelde een eerste prototype. In de tweede sprint werden voorlopige inzichten besproken, aannames getoetst en aanvullende informatie verzameld. De derde sprint stond in het teken van conclusies, aanbevelingen en overdracht.
Betrokken waren vertegenwoordigers van gemeenten, de regio, NP RES, data-experts en netbeheerder Enexis. Door deze samenwerking ontstond niet alleen een technisch product, maar ook een gezamenlijk leerproces. Een belangrijke conclusie was dat succesvolle energieplanologie vraagt om betere samenwerking en meer transparantie over data en netcapaciteit.
De datasprint resulteerde in een eerste prototype voor een locatiescan waarmee de geschiktheid van locaties voor woningbouw en bedrijvigheid kan worden onderzocht vanuit de beschikbaarheid van elektriciteit. Het prototype combineert gegevens over energievraag, energieopwek, infrastructuur en netcapaciteit.
Daarnaast maakte het project zichtbaar welke data ontbreekt om nog nauwkeuriger analyses uit te voeren. Het leverde een gedeeld inzicht op in de knelpunten van het energiesysteem en de noodzaak van samenwerking tussen regio, gemeenten en netbeheerders.
De regio beschikt daarmee over een praktisch instrument én een aanpak die verder ontwikkeld kan worden voor toekomstige vraagstukken rondom energie en ruimte.
De grootste impact van de datasprint zit in het verschuiven van het gesprek. Waar ruimtelijke ontwikkelingen traditioneel vooral vanuit ruimte en beleid worden bekeken, laat deze aanpak zien dat energiebeschikbaarheid steeds vaker een bepalende factor wordt.
Voor de regio betekent dit dat toekomstige keuzes beter kunnen worden onderbouwd. Voor andere regio’s biedt het project een methode om vergelijkbare vraagstukken aan te pakken. Daarnaast maakt de sprint duidelijk dat meer datadeling en samenwerking noodzakelijk zijn om de uitdagingen van netcongestie het hoofd te bieden.
De volgende stap ligt in het verder ontwikkelen van het prototype, het toevoegen van aanvullende datasets en het versterken van de samenwerking tussen regio’s, netbeheerders en beleidsmakers